Wintertaferelen op het spoor
06/12/2010 Geef een reactie
De winter is weer hevig uitgebroken. Mooie plaatjes, sneeuw, krabben, schuiven, glijden, vermaak en overlast. ProRail en de NS hadden nog zo geroepen dat ze nu winterklaar waren en toch wordt de dienstregeling door de winter op zijn knieën gedwongen. Is dat nu onvermijdelijk of niet? Volgens een ProRail-woordvoerder is het onmogelijk om de infrastructuur en het materieel ‘totaal ongevoelig te maken voor de weersomstandigheden’ (volkskrant).
Een niet verstoorde treinenloop is een betrouwbaarheidsvraagstuk (reliability). In technische omgevingen wordt dat vaak gezien als een technisch probleem. ProRail heeft daarom alle wisselverwarmingen gerenoveerd. Voor de reiziger geldt dat het vervoersysteem, dat hen van A naar B brengt, moet werken. Niet alleen de technische maar ook de organisatorische infrastructuur is nodig voor het realiseren van betrouwbaarheid: “ik kom hoe dan ook binnen redelijke tijd van A naar B”.
Een betrouwbaar systeem realiseren begint bij de vraag: “Hoe betrouwbaar?”. Alles is mogelijk. De kosten stijgen echter exponentieel hoe dichter je de 100% nadert. Daar zit dan ook vaak het probleem. Als de kosten van verstoringen in euro’s per uur zijn uit te drukken, is ook snel duidelijk hoeveel je er voor over hebt om verstoringen te beperken. Mist die aanmoediging (zoals bij het spoor), dan is het maar net wat men er voor over heeft. Na twee strenge winters met veel problemen stijgt de bereidwilligheid het geldpotje te vullen, maar na een aantal zachte winters zal er snel op bezuinigd worden.
Betrouwbaarheid is in stappen op te voeren. Ook hier moet je beginnen bij het begin. Onderhoudsplannen die gebaseerd zijn op kritieke faalwijzen van het technische systeem (treinen, wissels, seinen, bovenleiding). En het onderhoud moet voor 100% volgens die plannen uitgevoerd worden (hier wil het nog wel eens aan schorten). Onverwachte storingen zijn zo wel te beperken, maar niet uit te sluiten. De volgende stap zit daarom in de organisatie van het correctief onderhoud (reparatieploegen), de organisatie van uitwijkmogelijkheden in de infrastructuur en het materieel (redundantie) en de organisatie rond het verder helpen van de reizigers.
Redundantie is het dubbel uitvoeren of het hebben van alternatieven. Zoals vervoer met bussen, extra treinstellen, alternatieve rail-routes, dubbel uitgevoerde sein- en wisselsystemen. Met redundantie kan in principe een 99,9 % betrouwbaar systeem gemaakt worden. Hier schuilt de rekening. Welke mate van redundantie is betaalbaar? Het overvolle spoorwegnetwerk zal bijna zeker geholpen zijn met meer redundantie in de infrastructuur. Dit vergt lange termijn planning en flinke investeringen.